In Nederland heb je twee soorten Berenklauw: De Reuzenberenklauw: Deze kan tot 4 meter hoog worden en heeft bloemhoofden van minimaal 30 cm. Daarnaast is zijn steel roodgevlekt. Het sap van deze soort kan in combinatie met zonlicht huidiritatie en brandblaren veroorzaken. Afblijven dus. Daarnaast heb je de inheemse of Europese berenklauw. Deze herken is veel kleiner, zowel zijn hoogte: 90 – 150 cm als zijn bloemhoofden: 10 – 15 cm. Voor dit gerecht gebruik je de zaden van de Europese berenklauw. Verzamel de zaden na de bloei en zorg dat de zaden lichtbruin zijn in plaats van groen.
Ingrediënten:
– 140 gram zachte boter (kamertemperatuur)
– 150 gram bruine basterdsuiker
– 1 eidooier
– 20 gram suikerstroop
– 140 gram tarwebloem
– 1 theelepel bakpoeder
– 1 theelepel gemberpoeder
– 1 theelepel kaneelpoeder
– 1 eetlepel berenklauwzaden van de Europese berenklauw
– snufje zout
Aan de slag:
1. Kneus de berenklauwzaden grof in de vijzel.
2. Zeef de bloem en bakpoeder en doe hier het zout, de gember- en kaneelpoeder en de berenklauwzaden erbij.
3. Klop de boter met de basterdsuiker en de suikerstroop luchtig tot een dikke crème. Voeg daarna de eidooier toe en klop het tot de eidooier is opgenomen door het botermengsel.
4. Voeg het bloemmengsel toe en meng dit tot een mooi deeg. Haal het deeg uit de kom en vorm hem tot een rol. Doe er folie om en laat hem in de koelkast liggen voor ongeveer 45 minuten.
5. Haal het deeg uit de koelkast en vorm indien nodig het deeg nog tot een lange rol. Snij plakken van ongeveer een ½ cm af. Leg deze op een bakplaat met daarop een vel vetvrij papier. Zorg dat je wat afstand tussen de koekjes houd, omdat ze iets uitvloeien.
6. Geniet ervan!
