We zitten midden in de winter, valt er dan nog wel iets te plukken? Jazeker! Een plant die juist blij wordt van dit koude weer is Winterpostelein. Deze winterannuel is nu in grote getale te vinden in de duinen, langs bosranden en in parken. Je kunt de plant herkennen aan zijn frisgroene, ruitvormige ronde blad met spitse punt. De plant staat in een rozet en vormt grote pollen. Later in het groeiseizoen vergroeien de twee tegenoverstaande bladeren en vormen dan een schoteltje waar de bloemsteel met witte bloemetjes doorheen steekt. Zijn naam heeft de plant te danken aan het Franse woord porcelaine. De vlezige bladeren hebben inderdaad de glans van porselein.
Winterpostelein komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en Groenland. De plantjes zijn via Cuba in West-Europa terechtgekomen. In Amerika was de plant bij zowel Indianen als goudzoekers erg populair. Voor hen was het een belangrijke groente om in het vroege voorjaar scheurbuik te voorkomen. In Duitsland wordt de plant Kuba-Spinat genoemd, maar de smaak is wat zachter en knapperiger dan spinazie. De gehele plant is eetbaar en een echte superfood. Het bevat grote hoeveelheden mineralen: vooral calcium, ijzer, magnesium en kalium. Ook bevat het omega-3 vetzuren, vitaminen A, B en C, en antioxidanten. Volgens sommige wetenschappers is het een van de meest voedzame planten op deze planeet.
Als je de plant gespot hebt, wat kun je er dan mee?
Alle delen van Winterpostelein zijn eetbaar. De bladeren en bloemen zijn lekker in een salade. De hele plant kun je tevens verwerken tot een stamppot of smoothie. Heerlijk in combinatie met appel, honing en yoghurt. Ook kun je van de gehele plant pesto maken. Vervang dan de basilicum voor de postelein en voeg er daarnaast Parmezaanse kaas, pijnboompitten, knoflook en olijfolie aan toe. Dat wordt smullen!