In september keert de rust terug in de tuin. De uitbundige bloei is voorbij, maar wie lavendel heeft staan, kan nu oogsten. De paarse bloemen zijn grotendeels uitgebloeid, de bijen zoemen elders, en dit is hét moment om lavendel te snoeien – niet alleen om de plant gezond en compact te houden, maar ook om zelf iets te doen met dit geurende goud.
Lavendel is al eeuwen geliefd. De Romeinen voegden het toe aan hun badwater – het woord lavare betekent ‘wassen’ – en in de middeleeuwen werd lavendel in kastelen en kloosters gebruikt om kamers te parfumeren en ongedierte te weren. In Zuid-Frankrijk ontstond zelfs een hele industrie rond het telen en destilleren van lavendel tot etherische olie, die vandaag de dag nog steeds populair is in parfum en aromatherapie.
Na het knippen kun je de stengels in bosjes ondersteboven laten drogen op een donkere, goed geventileerde plek. Eenmaal droog? Dan kun je alle kanten op. Vul geurzakjes voor in de linnenkast – motten blijven liever weg – of verwerk het in een kalmerend kussentje voor op het nachtkastje. Lavendel zou de slaap bevorderen en helpt ontspannen na een drukke dag.
Ook in de keuken kun je ermee experimenteren. Denk aan lavendelsuiker, koekjes of een siroop voor door de limonade of cocktail. De smaak is bloemig, licht bitter en combineert verrassend goed met citroen, honing of donkere chocolade.
Wist je dat lavendel ook bijen en vlinders aantrekt, maar muggen juist op afstand houdt? Zo kun je in combinatie met citroenmelisse ook een alternatieve muggenspray maken van deze geurige tuinplant.
Zo wordt lavendel – tuinjuweel, rustgever én keukengeheim – een blijvend maatje, ook lang nadat de zomer voorbij is.