Tijdens mijn tochten langs slootkanten en natte weiden valt mijn oog geregeld op een plant die ruikt naar amandel en zomer – moerasspirea. Deze elegante plant, met haar roomwitte bloemtrossen, staat van juni tot augustus te schitteren in het landschap. Je vindt haar vooral op vochtige plekken: langs oevers, in moerassen of gewoon in een nat weiland waar je schoenen net wel of net niet droog blijven.
Moerasspirea is een inheemse soort en werd al in de middeleeuwen geroemd om haar geneeskracht. De eerste bewijzen van het gebruik van moerasspirea stammen uit een drinkbeker uit neolithisch graf in Schotland dat elfduizend jaar oud is.
Vroeger strooide men de bloemen op de grond als luchtverfrisser en tijdens feestdagen vanwege de zoete geur. Maar het echte geheim zit in haar inhoudsstoffen: ze bevat salicylaten – verwant aan de werkzame stof in aspirine. Geen wonder dat de plant traditioneel werd ingezet tegen hoofdpijn, koorts en spierpijn. Een infusie van de gedroogde bloemen werkt pijnstillend, ontstekingsremmend én ook vochtafdrijvend. Wel oppassen bij allergieën voor aspirine of bloedverdunners.
Maar moerasspirea is niet alleen een genezer, ze is ook een verrassend ingrediënt in de keuken. De bloem heeft een subtiel vanille-achtig aroma en past goed in siropen, gelei of zelfs desserts. Denk: moerasspirea-siroop over ijs, of als smaakmaker in zelfgemaakte limonade. De smaak is zacht, bloemig en een tikje kruidig. Let wel: gebruik enkel de bloemen en pluk met mate.
Je herkent moerasspirea aan haar geveerde bladeren met een witviltige onderkant en de luchtige bloemschermen die boven de vegetatie uitsteken. Kneus een blad, en de geur verraadt meteen met wie je te maken hebt.
Mocht je haar tegenkomen op een warme zomerdag: pluk een paar bloemen, ruik, proef – en vergeet niet dat er in de ogenschijnlijk gewone berm soms een apotheek én een delicatessenzaak verborgen zit.