Nu de herfst in de lucht hangt, kleuren de duinen langzaam oranje. De bessen van de Duindoorn worden namelijk rijp. Net op tijd voor de duizenden trekvogels, waaronder lijsters, kramsvogels en spreeuwen, die naar hun overwinteringsgebieden vliegen. De extra energie die de bessen geven hebben ze dan hard nodig.
Duindoornbessen zijn echte vitaminebommen. Ze bevatten antioxidanten, foliumzuur, flavonoïden, choline en vitamine A, B1, B2, C en E. Per honderd gram bevat de duindoornbes zo’n 200 tot 1300 milligram vitamine C. Dat is net zoveel als zeven citroenen! Bij drie tot vijf besjes per dag zit je dus al aan je vitamine C-tax. De omega-7 in duindoorn helpt om je huid gezond te houden. Duindoornolie helpt bij droge ogen en een droge huid. Huidolie met duindoorn werkt verzachtend en ontstekingsremmend en laat wonden sneller genezen.
Van de zure duindoornbessen kun je heerlijke lekkernijen maken. Van sap tot gelei, van thee tot chutney en van likeur tot siroop. Een makkelijke toepassing is die van duindoornazijn. Vul een schone, glazen fles voor de helft met bessen en schenk er zo veel witte-wijnazijn bij, zodat alle bessen bedekt zijn. Laat een maand staan en je hebt je heerlijke, homemade duindoornazijn.
Tip: als je de bessen vóór gebruik 48 uur in de vriezer stopt, worden ze én minder zuur én zijn ze makkelijker te verwerken.
Duindoorn groeit bij ons vooral op kalkrijke plekken in het duingebied. Maar deze grijs-zilverachtige struik is ook te vinden in de bergen en in de grindbedding van rivieren. De plant komt voor van West-Europa tot in Mongolië. Van de 13e eeuwse Mongoolse heerser Dzjengis Khan werd beweerd dat zijn onverslaanbare imperium op drie peilers rustte: discipline, een strikt georganiseerd leger en duindoornolie, die maakte zijn mannen namelijk sterker en beweeglijker dan de vijand.