De tijd van bloemen, blaadjes en noten oogsten is nu wel voorbij. Soms hangt er nog een verdwaalde mispel aan de boom, maar de meeste vruchten zijn al verdwenen. In deze donkere dagen gloort er op wildpluk-gebied wel een lichtje aan de horizon: een lieflijk bloemetje met de Latijnse naam “stellaria media” (wat vrij vertaald staat voor “klein sterretje in het midden”). Dit kleine witte bloemetje ziet er uit als een prachtig sterretje en hoort bij een plantje dat “muur” of “vogelmuur” wordt genoemd. In het Engels heet het “chickweed”, want ook kippen zijn gek op het sappige blad en de eiwitrijke zaadjes.
Het dappere plantje vogelmuur ontkiemt in de lente, herfst en winter en kan tegen vorst en sneeuw. Het groeit overal, behalve op hele zure of zware grond en je vindt haar dan ook in zowel plantenbakken als plantsoenen, onder heggen, in bosranden en een wat verwilderde moestuin. Voor veel moestuinders is het een ware plaag, maar weet dat alles van dit plantje eetbaar is, van blad, tot steel tot bloem.
Hoe herken je vogelmuur? Ze kruipt met wijdvertakte ronde stengels en heeft tegenoverstaande ovale tot spitsvormige blaadjes van zo’n 7-12 mm. De oudere blaadjes hebben een kort steeltje, jonge niet. Wanneer je de steel tegen het licht aanhoudt zie je aan één kant haartjes, als een soort hanenkam. Deze behaarde kant wisselt af per “bladknoop”. Wanneer je vervolgens de stengel voorzichtig uit elkaar haalt zie je een soort “elastiekje” . Binnen 3 maanden na het ontkiemen gaat het plantje al bloeien met witte stervormige bloemetjes met vijf kroonblaadjes. Het lijken net tien blaadjes, omdat elk kroonblaadje diep ingesneden is. Als je niet goed oplet kun je haar verwarren met één van de giftige wolfsmelksoorten. Deze hebben echter melkwit sap zodra je een blaadje breekt.
Wanneer je de plantjes ruim afknipt, groeien ze daarna nog door. Alle onderdelen van het plantje zijn rauw te eten in een gemengde salade, smoothie  of gewoon op een broodje kaas. De smaak is vergelijkbaar met veldsla en spinazie; nootachtig en aards. Aangezien de plant tjokvol zit met mineralen (kalium, magnesium, fosfor) en vitamine A, B6, B12, C en D, kun je wel zeggen dat het een echte superfood is.Vogelmuur bevat echter ook oxaalzuur en saponines, dus je moet niet dagenlang achter elkaar handenvol naar binnen werken. Het beste gebruik je het als aanvulling op je voeding, dan kun je er weer op uit in het barre winterweer. Hierbij komt het plantje ook perfect van pas: wil je een lange tocht maken? Gebruik vogelmuur dan als weersvoorspeller. Zolang de bloemetjes geheel open zijn, blijft het voorlopig droog. Sluiten ze? Reken dan op regen en ga snel naar binnen voor een warme wintermaaltijd: vogelmuur leent zich namelijk ook voor soep en stamppot. Let wel even op dat je het maximaal 3 minuten verwarmt, anders wordt het minder lekker.
RECEPT:
Vogelmuur-rucolasalade met sinaasappel, rode ui en granaatappelpitjes

– Een halve vergiet vol vogelmuur
– Een halve vergiet met rucola
– 1 bloedsinaasappel, geschild en in dunne plakken gesneden
(vang het sap op voor de dressing)
– 1 rode ui, in dunne ringen gesneden
– pitjes uit een mooie rode halve granaatappel

Voor de dressing:
– 60 ml sinaasappelsap
– 2 el rode wijnazijn
– 6 el olijfolie
– zout en peper naar smaak

1. Was en droog de vogelmuur en rucola en schik ze in een schaal met de plakken sinaasappel en de rode uienringen.
2. Knijp en kneed de granaatappel alvorens hem open te snijden om de pitten los te maken. Halveer hem en klop er met een pollepel de pitten uit boven de sla.
3. Klop de ingrediënten voor de dressing door elkaar en serveer deze apart erbij.